Interview deel 1
Interview deel 2
Interview deel 3 |
|
Leven en Schrijven
Interview deel 1
-Je eerste thriller. Waarom die verandering? Waarom ging je thrillers schrijven?
-Als het logische vervolg op mijn laatste twee romans die ook al veel thrillerelementen bevatten, vooral Enclave. Daarbij kwam dat ik in die tijd een uitvoerig gesprek had met mijn vader over zijn vroegere werk als procureur-generaal in Amsterdam. Ik raakte geboeid door wat hij me daarover vertelde: het politieke gekonkel, de voortdurende machtsstrijd tussen het Openbaar Ministerie en de politie aan de ene kant en politici, bestuurders en ambtenaren aan de andere, het formeren, als de nood aan de man kwam, van kleinschalige, geheime opsporingsdiensten zonder dat daar enige democratische controle op was... En ga maar door. Heel fascinerend, en prachtig materiaal om mijn fantasie op los te laten en een thriller te schrijven. Bovendien, nog een andere reden, had ik destijds voor het eerst van mijn leven een paar thrillers gelezen, en ik dacht: dat kan ik beter. Ja, ik zie je lachen, maar als schrijver kun je nu eenmaal niet bescheiden zijn, anders komt er geen woord uit je pen.
-Wat stond je tegen in die thrillers?
-Wat me in veel thrillers tegenstaat: de slechte stijl, de wijdlopigheid, de bordkartonnen personages en oubollige humor, het lullige liefdesverhaaltje dat altijd goed afloopt. Maar laat ik daar gauw aan toevoegen dat ik sindsdien ook een aantal thrillerauteurs heb ontdekt die ik zeer waardeer, vooral Britse en Amerikaanse schrijvers: Michael Connelly bijvoorbeeld, of Ian Rankin, George Pelecanos, Steve Martini, Joseph Kanon en de grootmeester van het genre natuurlijk, John le Carré.
-En Nederlandse auteurs?
-Voornamelijk René Appel, die lees ik altijd graag, en dat geldt ook voor Charles den Tex. Verder heb ik affiniteit met het werk van Tomas Ross: vaak mooie onderwerpen en een goede, spannende opbouw van de plot. Jammer dat zijn boeken soms wat stroef geschreven zijn.
-Terwijl Ross toch de man is die af wil van het strikte onderscheid tussen literatuur en thrillers.
-Ja, maar hij is lang niet de enige thrillerschrijver die daar voor pleit. Ik zelf vind dat onzin. Er bestaat, of je dat nou leuk vindt of niet, een enorme kloof tussen thrillers en literatuur, een uitzondering als het werk van Le Carré daargelaten. Ik zal dat uitleggen. Laatst had ik op vakantie vier boeken meegenomen: thrillers van Coben, Iles en Slaughter, toch lang geen slechte schrijvers, en een literaire roman, Atonement van Ian McEwan, die ik als laatste las. En wat een formidabel boek, Atonement, het joeg de drie thrillers in één klap uit mijn geest en staat me ook nu nog altijd helder voor ogen, terwijl ik werkelijk niet meer zou weten waar die thrillers over gingen. En kijk naar de Nederlandse literatuur, naar Joe Speedboot van Tommy Wieringa bijvoorbeeld, geen thriller, ook geen buitenlandse, die daar ook maar aan kan tippen wat betreft stijl, verbeeldingskracht en originaliteit.
Klik hier voor deel 2
|
|